De Stilte die Schreeuwt

Er zijn momenten waarop woorden tekortschieten. Waarop je als mens, als ouder, als buur, als leerkracht, alleen nog kan fluisteren: Hoe is dit mogelijk?

Wanneer ik lees over kinderen die slachtoffer zijn geworden van misbruik, voel ik iets in mij breken. Niet alleen door de gruwel van de feiten, maar door het besef dat dit gebeurt in een wereld waarin we dachten dat we waakten. Waarin we dachten dat we opletten. Dat we veilig waren.

Wat mij het meest raakt, is de stilte die volgt. De stilte van ouders die niet weten hoe ze hun kind moeten troosten. De stilte van kinderen die niet kunnen uitleggen wat hen is afgenomen. En de stilte van omstaanders, die niet weten wat te zeggen.

Maar die stilte mag niet het laatste woord zijn.

We moeten durven spreken. Niet over de dader—die krijgt al genoeg aandacht. Maar over de kinderen. Over hun recht op veiligheid, op vertrouwen, op een jeugd zonder angst. Over ouders die worstelen met schuldgevoelens, terwijl zij niets verkeerd deden. Over een samenleving die moet leren luisteren, écht luisteren, naar signalen die te vaak genegeerd worden.

Ik weet niet of ik iets kan doen. Maar ik weet dat ik niet wil zwijgen. En dat ik, als ik ook maar één ouder of kind kan helpen door te zeggen: Ik zie je. Ik geloof je. Je bent niet alleen.—dan is dat al een begin.

Maar als we allemaal samenspannen—ouders, leerkrachten, buren, beleidsmakers, jij en ik—dan kunnen we die gruwel wél stoppen. Niet door te zwijgen, maar door te luisteren. Niet door weg te kijken, maar door op te staan. Samen.

“Soms zijn woorden niet genoeg. Soms zeggen handen alles. Samen kunnen we het verschil maken.”